REM-slaap: is het goed voor je en wat doet het met je brein?

REM-slaap is goed voor je. Deze slaapfase speelt een belangrijke rol bij het verwerken van herinneringen, het reguleren van emoties en het herstel van je brein. Zonder voldoende REM-slaap merk je dat al snel: je voelt je prikkelbaarder, je concentratie daalt en emotionele ervaringen blijven harder aanvoelen dan normaal.

Wat REM-slaap met je emoties en herinneringen doet

Tijdens de REM-slaap verwerkt je brein de ervaringen van de dag. Onderzoek van hersenonderzoek.nl laat zien dat er in het brein een kern minder actief wordt tijdens de REM-slaap. Dat heeft een concreet effect: de emotionele lading van een herinnering neemt af. Je onthoudt de gebeurtenis nog steeds, maar die scherpe, beladen prik die erbij hoort, wordt milder. Dit werkt alleen als je REM-slaap rustig verloopt. Bij verstoorde of onrustige REM-slaap, bijvoorbeeld door stress, alcohol of slaaptekort, verloopt dit verwerkingsproces minder goed.

Dat verklaart ook waarom je na een slechte nacht emotioneel kwetsbaarder bent. Je brein heeft de kans niet gekregen om de emotionele intensiteit van ervaringen te verminderen. Na een goede nacht met voldoende REM-slaap voel je diezelfde situaties letterlijk anders, rustiger.

Is meer REM-slaap altijd beter?

Niet per se. REM-slaap is één van de vier slaapfases en werkt het best in balans met de andere fases, waaronder de diepe slaap. Diepe slaap (slow-wave slaap) is juist belangrijk voor fysiek herstel en het opslaan van feiten en vaardigheden. Te weinig diepe slaap en te veel lichte slaap, zelfs als de REM-tijd op peil lijkt, geeft ook klachten. Je lichaam heeft de hele slaapcyclus nodig, niet alleen één onderdeel ervan.

Bovendien neemt het aandeel REM-slaap in de loop van de nacht toe. De eerste slaapcyclus (van ongeveer 90 minuten) bevat relatief weinig REM. Later in de nacht, richting de ochtend, wordt de REM-periode langer. Als je vroeg wakker wordt, mis je dus precies die langere REM-periodes. Dat is één reden waarom uitslapen af en toe echt iets doet voor hoe je je voelt.

Wanneer is REM-slaap juist níet goed?

Er zijn situaties waarin de REM-slaap verstoord raakt en dat nadelig uitpakt. Bij REM-slaapgedragsstoornis (RBD) voert iemand bewegingen uit die horen bij dromen, zoals slaan of schreeuwen, terwijl het lichaam normaal gesproken tijdelijk verlamd is tijdens REM. Dat is een medische aandoening die behandeling vraagt. Ook bij mensen met PTSS (posttraumatische stressstoornis) kan de REM-slaap minder goed werken: de emotionele verwerking loopt vast, waardoor nachtmerries en herbeleven van traumatische ervaringen blijven terugkomen. In die gevallen is de kwaliteit van de REM-slaap het probleem, niet de REM-slaap zelf.

Wat helpt voor goede REM-slaap?

Een paar praktische factoren hebben direct invloed op de kwaliteit van je REM-slaap:

  • Alcohol: alcohol onderdrukt de REM-slaap, zeker in de eerste helft van de nacht. Je slaapt misschien snel in, maar de slaapkwaliteit daalt.
  • Vaste slaaptijden: je brein komt beter in het ritme van de slaapcyclus als je elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip slaapt en opstaat.
  • Voldoende slaaptijd: wie stelselmatig te kort slaapt, snijdt juist in de REM-slaap, die concentreert zich immers aan het eind van de nacht.
  • Stress en piekeren: dat maakt de slaap onrustiger, ook tijdens REM. Ontspanning voor het slapengaan helpt het verwerkingsproces op gang.
  • Medicatie: sommige antidepressiva (met name bepaalde SSRI’s) onderdrukken de REM-slaap sterk. Dat is niet altijd erg, maar het is goed om je bewust van te zijn als je merkt dat je droomleven sterk afneemt.

REM-slaap is goed voor je, en bij de meeste mensen verloopt die vanzelf als je genoeg slaapt en je slaap niet structureel verstoort. Het is geen knop die je bewust kunt omzetten, maar je kunt de omstandigheden wel gunstig maken. Slaap lang genoeg, beperk alcohol in de avond en houd een regelmatig slaapritme aan. Dat is het meeste wat je zelf kunt doen.